about
klik om naar de tekst te scrollen >

Biografie

Oscar van Woensel

Oscar van Woensel (geboren in 1970, Heemskerk) studeerde aan de Toneelschool van Arnhem. Daar leerde hij niet alleen voor acteur, maar ook ontwikkelde hij zich ook tot toneelschrijver. Hij leerde een manier van werken kennen, die hij later vaak toepaste, namelijk, het schrijven aan een stuk in samenspraak met de acteurs tijdens de repetities. In 1993, het jaar waarin hij afstudeerde, richtte hij samen met klasgenoten Manja Topper en Kuno Bakker Toneelgroep Dood Paard op. Bij dit gezelschap werkte hij zijn schrijftalent verder uit. Hun intensieve manier van werken droeg bij aan de ontwikkeling van zijn toon en stijl. Drie van zijn vroege teksten zijn uitgegeven onder de titel Drie toneelstukken voor Dood Paard.

Naast Dood Paard, werkte hij met diverse gezelschappen samen. Waaronder intensievere langer lopende samenwerkingen zoals met jeugdtheatergezelschap Het Syndicaat. Voor hen schreef hij vijf toneelstukken waarvan er een aantal gebundeld zijn uitgegeven in het boek Ode.
Van Woensel heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een van Nederlands meest productieve toneelschrijvers. In de afgelopen zeventien jaar verschenen er meer dan 40 stukken onder zijn naam. Daarnaast heeft hij bewerkingen geschreven van stukken van onder anderen William Shakespeare, Oscar Wilde en Martin Amis. Hij vertaalde ook stukken van Sarah Kane en Jez Butterworth.

Het meest karakteristieke aspect van Van Woensels stukken is de taal. Als uitvergroting van het hedendaagse gewone taalgebruik, is het grillig, associatief, rauw en streetwise. Zijn personages praten in korte en niet afgemaakte zinnen, die zonder interpunctie zijn geschreven met een sterk gevoel voor ritme en klank. De scripts bevatten veel “uh’s” and “eh’s?”, “fuck’s” en andere populaire Engelse uitdrukkingen, citaten uit popteksten en one-liners. Van Woensel vertelt geen verhalen. Zijn stukken zijn veel meer een stortvloed van woorden, uitbarstingen van zinnen, verbale choreografieën met een onderliggend thema. Met Drie familietragedies, Wie..., en Tussen ons gezegd en gezwegen, is dat thema jeugd die door incest en geweld getekend zijn. De teksten Tasso Casus Belli en Blaat worden aangedreven door het thema van de degeneratie van kunst in een wereld die wordt bestuurd door het grote geld; een thema dat overigens in al zijn werk een rol speelt. Het praten geeft zijn personages geen enkele helder inzicht en het is niet voor niets dat er heel wat alcohol wordt genuttigd in bijna al zijn stukken.

Door het hoge tempo waarin de personages praten, laat Van Woensels werk een tomeloze explosieve energie zien die voortkomt uit woede. Woede over geweld, woede over een wereld waarin mensen, ook de kunstenaars, zijn geïnfecteerd door het kapitalisme. Maar hij wijst daarbij niet alleen naar de ander; in al zijn stukken zit een grote dosis zelfspot, waarbij hij zijn eigen kunstenaarschap en dat van zijn gezelschap Dood Paard op de hak neemt.

Van Woensel verliet in 2008 toneelgezelschap Dood Paard. Hij richt zich nu als freelancer op een combinatie van schrijven, acteren, regisseren en doceren. Hij werkte samen met het Ro theater (tekst), Lucas de Man/Stichting Nieuwe Helden (tekst) en Likeminds (regie) en Laura van Dolron (spel). Hij geeft les als vaste speldocent op de Amsterdamse toneelschool/kleinkunstacademie en hij geeft jaarlijks twee workshops schrijven op de regie-afdeling van dezelfde theaterschool.

terug omhoog >